BEELDEN VAN SCHRIJVERS 
Foto's Thera Coppens

Een van de activiteiten die Thera Coppens en Wim Hazeu tijdens hun reizen ontplooien, is het vinden van (stand)beelden van dichters. Na de ontdekking wordt er een foto van gemaakt, waarbij Wim Hazeu zich bij zijn beroemde collega voegt.

CARLOS DRUMOND DE ANDRADE

Eerste van een serie afbeeldingen van monumenten voor een schrijver of dichter: Bronzen beeld van de geliefde Braziliaanse dichter Carlos Drumond de Andrade (in 1902 geboren en gestorven in Rio de Janeiro 1987). Het beeld staat op het strand van Copacabana en nodigt door zijn houding voorbijgangers uit tot een stil dialoog.

NIKOS KAZANDZÁKIS

Het borstbeeld van de Griekse schrijver Nikos Kazandzákis (1883-1957) staat in een plantsoentje in de hoofdstad van het eiland Aegina. Ik was daar in juni 2010. Nikos is een grote verteller, die op mij in mijn  pubertijd met de roman Christus wordt weer gekruisigd grote indruk maakte. De Nederlandse televisie was maar net van de grond gekomen, of er werd een televisiebewerking uitgezonden met Hans Culeman (1927-1974) in de hoofdrol. Bij mijn voormalige uitgeverij De Prom heb ik de roman in pocketvorm herdrukt.  Nikos is geboren op Kreta (waar ook een monument staat), ging op school op het eiland Naxos en hij woonde tot 1945 op Aegina. Kazandzákis is nog steeds en terecht een groot en gevierd schrijver.

GERARD WALSCHAP

Dit grote beeld in Antwerpen laat de schrijver Gerard Walschap (1898-1989) aan het werk zien. Hij behoort tot de grote Vlaamse vertellers. Ik sprak voor het eerst met hem in 1968, na afloop van de kleurloze uitreiking door koningin Juliana van de Prijs der Nederlandse Letteren in het Paleis op de Dam. Bijna iedereen probeerde in de buurt van de koningin te komen, terwijl Walschap met een  nummertje in zijn hand zocht naar de garderobe. Ik heb hem toen vergezeld en hem laten blijken dat ik veel van zijn romans wél gelezen had, i.t.t. de vorstin.  In 1986 kreeg ik van hem het grote Album met foto's van zijn leven en werk cadeau, met de opdracht:  "Voor Wim Hazeu: hulde". Maar die hulde kwam hém toe, vooral omdat hij aan Julien Weverbergh en mij de toestemming gaf om de door ons opgerichte Vlaamse uitgeverij naar zijn beroemde roman HOUTEKIET te noemen. 

LUIGI PIRANDELLO

Nadat ik in de jaren Zestig in het Amsterdamse theater De Brakke Grond door toneelgroep Studio  'Zes personages op zoek naar een auteur'  had gezien, ben ik blijvend geďnteresseerd geraakt in leven en werk van de Siciliaan Luigi Pirandello (1867-1936. Wat een sterk drama: zes toneelpersonages, door hun schrijver in de steek gelaten, zijn op zoek naar een auteur die hun leven een vervolg en een slot geeft. En vergeet de verhalen niet van deze Nobelprijswinnaar, over de verwisselbaarheid van werkelijkheid en illusie. Je moet op Sicilië lang zoeken naar een beeld van Pirandello, totdat je in het zuidelijke Agricento, het buiten het oude centrum gelegen geboortehuis vindt. Buiten een beeld, binnen twee beelden. En van het geboortehuis wandelen langs een ravijn naar de plek waar Pirandello's as werd verstrooid, is een pelgrimage naar je eigen persoonlijkheid.  (Agrigento, juni 2010. Foto: Thera Coppens).

OSCAR WILDE

Pas nadat de Ierse schrijver Oscar Wilde (Dublin 1854 - Parijs 1900) de toegang tot de salons van de Londense society werd ontzegd en hij de barbaarsheid van een Engelse gevangenis had ondergaan, kon hij zijn wereldberoemde werken schrijven, zoals De Profundis. Hij werd van de armen begraven, maar ver na zijn dood als een popster vereerd. Zo ligt en poseert hij ook op een steen in St. Stephansgreen, dichtbij zijn geboortehuis in Dublin. Dat de ijdele, heerlijk perverse en decadente Wilde zijn haar verfde, verbergt het beeld niet. De biografie van Oscar Wilde, geschreven door Richard Ellmann (Knopf, New York), behoort tot de hoogtepunten  van mijn levensbagage, evenals de muziek van Richard Strauss bij het grote toneelstuk Salomé dat Wilde schreef. (Dublin, september 2006. Foto: Thera Coppens). 

 

MAURICE GILLIAMS

In de tuin van het Elzenveld aan de Lange Gasthuisstraat te Antwerpen staat het beeld van Maurice Gilliams (1900-1982), gemaakt door Rik Poot. Van Gilliams las ik in mijn puberjaren Elias of het gevecht met de nachtegalen en sinds die tijd is deze hypergevoelige kunstenaar met die prachtige verbeeldingskracht niet van mijn zijde geweken.Zijn dagboeknotities (De man voor het venster) en zijn studies over mijn lievelingsschilder Henri de Braekeleer en over de dichter, in wie ik mijn opstandige gevoelens tegen de vervlakking herken: Paul van Ostaijen, mag ik graag herlezen. Minimaal tweemaal per jaar bezoek ik Antwerpen, en altijd is een wandeling met Thera naar het beeld van Gilliams inbegrepen. Het is voor mij even imponerend als het beeld van de componist Bela Bartok bij het Noorderstation van Brussel.

STEFAN ZWEIG 1

In december 2003 laafden wij ons aan natuur en cultuur in de Braziliaanse stad Bahia (ook wel: Salvador). Op de boulevard, langs het smalle strand vol negroďde autochtonen, stond daar een herdenkingsbeeld voor de Oostenrijkse schrijver Stefan Zweig (1881-1942), voor mij de schrijver van Die Welt von Gestern, over de ondergang van het oude Europa tijdens de Grote Oorlog. Hij week in 1934 vanwege het nationaal-socialisme eerst uit naar Engeland, en in 1940 naar Brazilië, waar hij uit schaamte en protest op 22 februari 1942, samen met zijn tweede vrouw, zelfmoord pleegde in Petropolis bij Rio de Janeiro. In 2010 bezochten wij Petropolis en zagen het sterfhuis, dat eerder in een t.v.-documentaire  van Cherry Duyns was uitgelicht.

STEFAN ZWEIG 2

Stefan Zweig vertaalde al op jonge leeftijd gedichten van Paul Verlaine en Baudelaire in het Duits.  Zijn liefde voor het Frans bracht hem op eenentwintigjarige leeftijd in contact  met de Franstalige Belgische schrijver Emile Verhaeren. Over hem zou hij in 1910 een monografie publiceren en van hem vertaalde hij twee delen gedichten en toneelstukken. Andere vertalingen van het werk van Verhaeren volgden.De beide schrijvers ontmoetten elkaar regelmatig in Saint-Cloud bij Parijs. In Parijs raakte hij later ook bevriend met Romain Rolland en Joseph Roth. Dit borstbeeld van Zweig zag ik in april 2011, na een inspirerend bezoek met Thera aan tentoonstellingen van Miró, Mahler, Odilon Redon en  Manet.  Het staat volgens mij nog niet zo lang in Parc du Luxembourg te Parijs. Van mijn vorige tientallen bezoeken herinner ik me tenminste niet het gezien te hebben, en het staat toch op een prominente plaats, als eerbetoon aan een groot schrijver en een toegewijd vertaler van de Franse literatuur. Bij zonsondergang verspreidden zich fluitende politieagenten om alle bezoekers het park uit te jagen. Iedereen ging, maar Zweig bleef.

 

SLAUERHOFF

Aan de gevel van de woning waar hij zo vaak logeerde in de Dorpstraat van Vlieland, werd in 1998, in  zijn  honderdste geboortejaar, een plaquette onthuld van dichter-scheepsarts Slauerhoff. Hij was vaak op het eiland: in zijn kindertijd om als astmatisch jongetje de stoffige winkel van zijn ouders in Leeuwarden te ontlopen, later om zijn vriendinnen en vrienden te laten zien op welke locatie hij echt gelukkig kon zijn. Initiatiefnemer voor dit eerbetoon was Ton Pronker, een neef van Slauerhoff en een zeezeiler, die mij zo vaak, zo nauwkeurig en zo stimulerend geholpen heeft bij het schrijven van mijn biografie. Hij bewoont het huis naast dat van Slauerhoffs logeerplek.  Ik mocht bij de onthulling een woordje spreken. Nadien zijn in de haven en op andere plekken in het plaveisel gedichten van  Slauerhoff aangebracht, helaas zonder zijn naam erop. Voor mij is Vlieland gelijk aan mijn grootste Slauerhoffemoties en ik wil zo graag dat eilandbezoekers Slauerhoffs werk blijven lezen..

CERVANTES (1547-1616) 

Op 1 mei 1994 bezochten wij Sevilla. Voor het eerst onderging ik een tropische temperatuur (38 graden) welbewust aan den lijve. Maar vanuit die warmte kwam ik op de dag van de arbeid  dicht bij Cervantes. Wat deed hij in Sevilla? Hij ging er bij de Jezuďeten op school en kwam er decennia later in de geldhandel terecht. Maar natuurlijk, het gaat om de Cervantes die in 1605 Don Quichot schiep. Nu ik bezig ben met mijn Toonderbiografie dringt de vergelijking met Heer Bommel zich op. Opvallend verschil is dat Don Quichot eerst alleen op avontuur ging en later pas zijn knecht Sancho Panza ontmoette. Terwijl bij Toonder eerst Tom Poes zijn avonturen beleefde en pas later  Heer Bommel ontmoette, die uit Amerika was komen aanwaaien. Na deze ontmoetingen werden Don Quichot en Sancho Panza en Heer Bommel en Tom Poes paren apart, die los van elkaar geen bestaansrecht meer hadden.

GUILLAUME APOLLINAIRE (1880-1918)

In juli 1897 stuurde zijn moeder Apollinaire naar het Belgische Stavelot. Hij leerde er de Hoge Venen kennen en zijn geliefde Maria Dubois die hem tot zijn gedichten inspireerde. Toen we in 1983 in Stavelot waren, liep ik daar Apollinaires stamcafé binnen. Terwijl Thera en zoon Joep het dorp en musea verkenden, las ik het Bulletin international des études sur Apollinaire. Ik was al een klein beetje kenner van zijn leven en las met even veel bewondering zijn gedichten als zijn proza. De eerste vertaling van zijn  verhalen door Rein Bloem werd in 1969 door uitgeverij Meulenhoff gepubliceerd onder de mooie titel Ketterpaus & Cie. In het café zette ik mijn Apollinairestudie voort. Ik werd er enkele uren later, enigszins aangeschoten, teruggevonden. Aangeschoten moet ook de schrijver van de plaquette achter mij zijn geweest, want daar komt de naam Apolinaire (dus verkeerd gespeld) voor.

LOUIS COUPERUS

Soms denk ik dat ik Eline Vere, en de Boeken der Kleine Zielen van Louis Couperus op een te jonge leeftijd (vijftien jaar was ik) heb gelezen. De emoties waren groot, de invloed bepalend voor mijn cultuur-pessimistisch wereldbeeld. Maar toen ik begin augustus 2011 voor  Pulchri Studio aan het Haagse Lange Voorhout  Couperus ontmoette, in de beeldvorming van Kees Verkade, wist ik dat ik die ervaring niet had willen missen. Want ze heeft mijn drift om te schrijven versterkt. Bovendien: je kunt niet jong genoeg zijn om de Groten uit onze literatuur persoonlijk door het lezen van hun boeken te leren kennen. Veel later mocht ik van Albert Vogel diens boek Louis Couperus, een schrijversleven (1980) uitgeven en met even veel plezier van Louis Couperus: Mijn vriend Orlando, verhalen door dezelfde Haagse Albert Vogel verzameld en ingeleid door Frédéric Bastet (1981).

RAINER MARIA RILKE

Ik ontspan mij al vanaf mijn jeugd in ateliers van schilders en beeldhouwers, dus is de beschrijving van Rilke's omgang met Rodin in Parijs aan mij wel besteed. Hij was Rodins secretaris van najaar 1905 tot de zomer van 1906. In Rilke's monografie van Rodin staan treffende beschrijvingen van beroemde beelden als De kus, De burgers van Calais en Balzac.  Hij was op 21 april 1906 voor het Panthéon aanwezig bij de onthulling van Rodins Denker. Aan het eind van deze gelukkige Parijse periode heeft Rilke in het West-Vlaamse stadje Veurne gelogeerd, getuige ook de plaquette aan de muur van een voormalig hotel.  Ik was er met Thera in 1988.  Toen Rilke er was, was het juist kermis. Aan zijn mecenas Karl von der Heydt schreef hij: "Ik zit in een kleine, zeldzame, oude stad te midden van een Teniersiaanse kermis, mijn ogen vol schommels en kegelspel, mijn oren vol omroepers, mijn neus opgestopt met de reuk van bier, koeken en boeren, op mijn tong stof en droogte en de druk van een onbeschrijfelijke zomerwarmte op al mijn zintuigen... God, waar gaat het heen met de eenzaamheid der wereld!'

PAUL VAN OSTAIJEN

Eén van de eerste dichters die ik in mijn vroege pubertijd las was Paul van Ostaijen. Dat was vooral te danken aan die voortreffelijke uitgever Bert Bakker Senior en de door hem opgezette Ooievaarreeks. Die bestond uit  uitmuntende pockets met originele omslagen, die voor een zeer lage prijs te koop waren. Deze pockets hebben een generatie pubers en studenten tot de beleving van de literatuur gebracht. In 1955 verscheen Music-Hall, die ik in 1956 op mijn verjaardag kreeg van mijn lagere-school-vriendje Peter Slingerland; een jaar later kocht ik zelf De bende van de Stronk. Beide bloemlezingen waren samengesteld door Gerrit Borgers, toen de directeur van het Letterkundig Museum. Sindsdien is Van Ostaijen in mij blijven rondzingen, en houdt hij het lawaai van de opstand en de vasthoudendheid om niet alles te accepteren in mijn hoofd wakker. Er is geen origineler en dapperder dichter in ons taalgebied aan te wijzen dan deze jong gestorven Antwerpenaar (1896-1928), die in zijn stad terecht wordt geëerd met dit monument. Wie het steegje bij het oude café Quinten Matsijs inloopt, ziet aan de muur van deze herberg de geschilderde portretten van onder anderen Van Ostaijen, Elsschot en Vandeloo, en van mij... Het is niet anders, we deelden in ieder geval dezelfde kroeg.

POESJKIN

Dichter kon ik in de herfst van 2002 niet bij Alexander Poesjkin (1799-1837) komen, schuifelend met Thera tegen mij aangeklemd door Sint Petersburg, in de sneeuw, over gladde stoepen. Het was druk op straat, en toch zag je niemand. Behalve Poesjkin, die we, beschutting zoekend, vonden in zijn huis aan de Moika, waarin hij na een duel met George-Charles van Heeckeren d 'Anthčs (de knappe stiefzoon van de Nederlandse gezant in Sint-Petersburg) om zijn vrouw Natalja, gewond werd binnengedragen. De sofa waarop hij dood lag te bloeden, staat nog in zijn bibliotheek. Om te bekomen van zoveel bloed wandelden bij een ietwat opgeklaarde lucht naar het literaire café Poesjkin, waar hij vóór het fatale duel nog vertoefde.En in café lazen schrijvers, zittend rond een ovalen tafel, voor uit hun werk. Maar ik dacht aan Poesjkins verhaal Het pistoolschot  dat ik ooit, spijbelend van school, op het Scheveningse strand las. Het was een dun, gebonden boekje, door de onvolprezen uitgever Stols voor één gulden in  de serie Kaleidoscoop, gepubliceerd, in het Nederlands van Constant van Wessem. "Het spijt me', zei Silvio, die de graaf, de hoofdfiguur van het verhaal, bij nacht en ontij bezocht. 'Mijn pistool is niet met kersenpitten geladen. Lood is hard.... Het zou meer op een moord lijken, dan op een duel.' 

JAMES JOYCE

Voor het werk aan de Toonderbiografie kwam ik onvermijdelijk een aantal keren in Ierland, het land waar Toonder vanaf 1965 tot 2001 woonde. En onvermijdelijk kom je er James Joyce (1882-1941) tegen. In een park, of hier, zoals in 2006, in hartje Dublin. Natuurlijk weten we dat Joyce Dublin al in 1904 voorgoed heeft verlaten, en achtereenvolgens neerstreek in Parijs, Triëst, weer Parijs en Zürich. Ik droomde eens dat ik Joyce in Zürich ontmoette, terwijl ik die stad nog nooit heb bezocht. Jeroen Brouwers vertelde me dat hij een soortgelijke ervaring had gehad. Maar het werk van Joyce is natuurlijk Iers, of zelfs specifiek 'Dublins',  in wortels (inhoud, karakter) en taal. Met vertaler John Vandenbergh voerde ik eind jaren '60 eindeloze gesprekken over zijn vertaling van Ulysses, een werk dat ik alleen maar, en dan nog maar een beetje, begrijp als ik het hardop lees. Dan raak je in vervoering of in een trance. Er zijn slechtere middelen om buiten westen en buiten de ergernissen van deze tijd te geraken.

SIMON VESTDIJK

Henk Terhell van de Vestdijkkring loodste mij op zaterdag 29 november 2011 naar de Vestdijkzaal in de onvolprezen OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) en maakte er deze foto. Het was na afloop van een Vestdijksymposium over de invloeden van Proust op het werk van Vestdijk. ik moest er onder anderen Peter Buwalda interviewen, vanwege zijn enthousiaste verhalen over de schrijver aan wie ik een biografie wijdde en die voor mij nog steeds springlevend is. Herlezing van een van zijn romans is altijd een creatief avontuur dat mijn schrijven beďnvloedt. De beeldhouwer Pieter d'Hont heeft Vestdijk mét bril zo goed getroffen, dat de schrijver weer tot leven dreigt te komen.

BALZAC IN ANTWERPEN 

Hoe vaak zijn wij  niet om het robuuste beeld dat Rodin van Balzac maakte op de Boulevard Raspail in Parijs gelopen? Maar een foto was door het ontbreken van een goede lichtinval al die keren niet te maken. Wie schetst op zondagochtend  20 november 2011 onze verbazing, dat het beeld van Honoré de Balzac ook staat in het fameuze park Middelheim te Antwerpen. Het verschil tussen de biograaf van Nederlandse komaf en de Franse schrijver is op de foto treffend. Rodin maakte het beeld aan de hand van getekende en geschilderde portretten en foto's. Veel heb ik van Balzac niet gelezen, maar de roman Le Lys dans la vallée, over Henriëtte die te laat beseft dat zij zich ten onrechte heeft ingehouden toen Félix haar beminde. Zij stierf zonder de liefde echt te hebben gekend. Een verfilming van deze roman kocht ik ooit aan voor de Nederlandse (NCRV) televisie.

POESJKIN IN WEIMAR

 
Omwille van het onderzoek dat Thera voor haar nieuwe boek Sophie in Weimar  moest doen, waren wij - niet tot ons verdriet - vaak in Weimar. Zo ook in 2008, toen deze foto bij een buste van Poesjkin is gemaakt. Het beeld staat naast de Grozherzogin Anna Amalia Bibliothek, die in september 2004 door brand werd verwoest. Dankzij vele giften is de beroemde rococozaal met veel boeken uit Goethes tijd direct gerestaureerd en kon in 2007 al heropend worden. Poesjkin (1799-1837) spreekt mij aan door zijn turbulente leven dat, evenals dat van Slauerhoff maar kort duurde en dat door een pistoolschot eindigde. Was Slauerhoff een vrijwillige banneling die niet in Nederland wilde wonen, Poesjkin werd meermalen tot verbanning veroordeeld wegens hofmakerij en beledigingen van hooggeplaatsten. Het beeld werd er tijdens de DDR tijd geplaatst als een hulde de Russische schrijver, die Goethe vereerde. Voor de Nederlandse geschiedenis zij aangetekend dat Poesjkin, die altijd om geld verlegen zat, op verzoek van de tsarina een gedicht schreef bij het huwelijk van kroonprins Willem (II) en haar dochter Anna Pavlovna. In dat gedicht wordt uitbundig de lof gezongen over de heldhaftige kroonprins die tijdens de Slag bij Waterloo een schotwond in zijn arm opliep.